Jorka | 431x bekeken

KorteVerhaaltjes.nl Jorka 0

Schrijver: leny1953 | 10 mei 2017

Waardering: 00000

JORKA

De oude man liep rustig om zich heen kijkende en genietende van de natuur langzaam het bergpad op, zijn stappen werden trager maar zijn blik genoot van alles wat hij om zich heen zag. De natuur was zo wonderschoon en groen en al die vogels in allerlei bonte kleuren die over hem, voor hem en naast hem vlogen. Hij genoot zichtbaar. Even hield hij halt en ging op een steen langs de weg zitten. Het stof van de bergweg hadden zijn slippers van koeienleer rood gekleurd, maar het kon hem totaal niet deren. “Hij die naar de grond kijkt weet niet wat er boven hem gebeurt, of heeft iets te verbergen”, mompelde hij met een glimlach op zijn oude gelaat.
Hij legde zijn donkere houten zware tak die als zijn stok fungeerde naast zich en pufte. De warmte van de zon kwam hem als een deken onderstoppen, zo voelde het.
“Zou ik iemand laten schrikken als ik mijn hemd uitdeed?” Hij keek om zich heen en zag geen mens, alleen de vogels, de bomen, de natuur in een geheel met dat nietig stukje mens dat zich afvroeg wat er zou gebeuren als hij zijn hemd uit zou doen.

“Ach, wat dan nog, ik heb altijd nog mijn lendendoek om dus veel valt er niet te zien aan dit oude lichaam!” En het woord bij de daad voegende trok hij zijn lange stoffige hemd uit en voelde de zon op zijn bleke magere naakte bovenlichaam. Zijn witte benen werden spontaan wat roder, van schrik misschien door de zon die ineens al dat wit moest kleuren?

Hij ging weer zitten en genoot van de rust om zich heen. Ineens hoorde hij een stem achter zich. Hij schrok, stond snel op en wilde zijn stok pakken als wapen maar trillende op zijn magere benen kreeg hij daar de kans niet toe om wat hij zag.

Een vrouw zo mooi, zo prachtig, zo een die je alleen in je dromen zou tegenkomen, maar nooit in het echte leven. Dit was vast een droom. Zij sprak met fluweelzachte klanken tot hem:
“Aan het rusten oude man?”
Het enige dat hij kon doen was wazig knikken, net als zijn knieën deden. Zijn ogen werden steeds groter en hij bevochtigde zijn lippen, zijn mond voelde droog aan, geen klank kwam er uit zijn keel. Hij was met stomheid geslagen door deze vrouw die de schoonheid had uitgevonden.
“Nog nooit een vrouw gezien?”
Weer dat knikken, want geen klank was er te horen van zijn kant. Hij wilde zijn hemd oppakken maar snel zij zei tegen hem:” Laat het zo, laat de zon wat geven voor jouw huid, jij geeft zoveel voor de wereld, laat de frisse lucht door je haren wapperen, laat het zand je zonden wegspoelen vanaf je voeten totaan je kruin!’
“Wie bent u?” Eindelijk kwam er een warrige klank uit zijn keel, het was alleen niet zijn stem, een stem van een jonge man die hij hoorde. Wat gebeurde hier?

“Ik ben het licht, ik ben het leven, ik geef het leven door als ik mijn bevruchting laat komen en zo de aarde zal bevolken, ik ben de liefde die men elkaar kan geven, zonder haat en nijd moet je kunnen leven, ik ben naamloos, want liefde heeft geen naam, leven heeft geen naam, ik ben gewoon een engel die even voorbijkwam om jou de verlichting te geven die jij nu nodig hebt!”
Hij snapte er niets van. Verlichting? Hij was zich nergens van bewust, liefde en leven? Nog even en zij beschuldigde hem van alles en nog wat.
“Maar wat zou ik gedaan moeten hebben om verlichting te krijgen, de zon licht mij genoeg bij en het leven is mij gunstig, liefde heb ik nooit gekend dus daar kan ik geen oordeel over vellen!” Hij werd een beetje ongeduldig nu, snapte niet wat zij bedoelde en wist ook niet waar dit onzinnig gesprek heen zou gaan.
“Jij bent ziek Jorka, jij hebt je dokter niet betaald voor zijn kruiden, jij hebt de dochter van de dokter gekust zonder dat je wist dat zij van je hield!”

Hij schrok, alleen het feit dat zij alles wist wat hij liever niet wilde weten voor zichzelf maakte dat hij weer ging zitten op de steen en zag dat zijn halfnaakte lichaam al aardig aan het verbranden was door de hete zon.
“Hoe weet u dat allemaal?” vroeg hij verbaasd
“Ik zei je toch dat ik het licht, leven en liefde ben. Jij hebt in een kleine tijd al deze drie dingen overtreden,
“Hoezo overtreden, wat is dat nou, ik heb toch niets misdaan?”Die dokter krijgt zijn duiten heus wel. De dochter zal ik desnoods zeggen dat ik te oud voor haar ben en ik ben oud en ziek en dan ga ik dood. Daarom wil ik lopen naar de “Berg der Wanhoop” om daar mijn zonden op te biechten en dan te sterven met een rein geweten!”

Hij voelde zich opgelucht na zo een lange zin, maar merkte zelf op dat zijn stem wel jong bleef klinken, vreemd op zijn leeftijd, nog vreemder was het dat zijn pijn in zijn hartstreek ook verdwenen was. Dat merkte hij ineens op en schrok. Wat gebeurde hier?

“Ga terug naar de dokter in het dorp, betaal hem met zilverlingen, je hebt genoeg geld voor een heel leven, huw de dochter en zorg dat je van haar gaat houden, want je weet niet wat liefde is? Nou zij zal het je leren, geef haar die kans en je ziekte is verdwenen omdat je nog een jonge man bent in de bloei van zijn leven. Al wat later komt is voor later, daarom moet je nu alles aanpakken wat je ook aangeboden wordt, doe het en je zult er geen spijt van hebben!”

Hij keek naar haar op en in een waas van mist zag hij haar ineens verdwijnen, hem achterlatend met duizenden vragen.
Hij pakte snel zijn hemd en trok dit over zijn al rood verbrande lichaam aan, zijn stok voelde heet aan en hij liet die snel vallen.
“Hoe kom ik nou die berg weer af zonder steun!”
“Je hebt die stok niet meer nodig, zonder steun kom je er ook wel!” De stem kwam van nergens maar wel duidelijk hoorbaar voor hem. Hij moest bijna huilen van angst doch ook van geluk dat in hem stroomde, alsof hij een nieuwe kans in het leven kreeg.

Hij stond nu ineens rechtop, zijn gebochelde huiding, daar was niets meer van te zien. Energiek keek hij het lange pad af dat hij net op was gelopen. Weer naar beneden, de dochter van de dokter huwen alsof je een brood koopt? De dokter betalen met wat voor excuus? Al deze gedachtes versnelden zijn pas naar beneden, richting het dorp waar hij vandaan kwam.
“Als je beneden bent, ben jij de energieke jongeman van vroeger en kom je per ongeluk in het dorp, zoek werk, maak kennis met de dokter en zijn dochter en doe iets met je leven!”

Het was een order die hij hoorde achter zich, hij draaide zich snel om maar zag niets, alleen de lange weg die hij al gelopen had naar boven.
Was hij al zo snel naar beneden gelopen dan? Dat konden zijn oude benen toch niet gedaan hebben zonder buiten adem te zijn? Hij keek naar zijn handen, geen rimpel te bekennen, zijn gelaat was baardloos en glad, zijn huid was bruin van de zon alsof hij jaren buiten had gewerkt.

Vol verlichting over zijn wondere ervaring ging hij fluitend zijn nieuwe toekomst tegemoet. Hij had nog een kans gehad om alles recht te zetten dat in de ogen van de mens fouten waren, stelen, met de liefde spelen, gewoon iemand die jou vertrouwt het vertrouwen beschamen.
Hij had het door, dit was niet wat het moest zijn, eerlijkheid, genoegdoening in het feit dat je alles aangereikt krijgt zou je er goede dingen mee moeten doen. Ineens snapte hij de mooie vrouw die zijn pad zomaar voorbijkwam en hem wakker schudde voordat hij voor eeuwig zijn ogen zou sluiten.

Nee, het was zijn tijd nog niet, het was tijd om te leven en dit leven met beide handen te omarmen.
Fluitend liep de jonge man het pad af, richting dorp.



©Leny Kruis

Tags: Geloof Hoop Liefde Weten Mensen

Waardering:


Reageren

Om te kunnen reageren moet u ingelogd zijn!